De Ardalan bestuurden een Koerdisch grensvorstendom waarvan de bijzondere status in 1867–68 eindigde.

Oorsprong en stichting
De Koerdische heersersfamilie was verbonden met centraal Zagros en Sanandaj, ook Senneh genoemd. Verschillende tradities claimen Marwanidische, Sassanidische of Saladijnse afstamming. Oberling onderscheidt deze verhalen zonder één stamboom vast te leggen. [1] Ze bewijzen geen precieze stichting in 1169 of 698 ononderbroken bestuursjaren.
Tussen rijken
Onder de Safaviden werd Ardalan een halfautonome grensprovincie, doorgaans bestuurd door walis uit de familie. Militaire dienst, hofbenoemingen en incidentele loyaliteitswisselingen richting Ottomanen bepaalden de betrekkingen. Khan Ahmad Khan groeide aan het hof van Shah Abbas op. [1] Erfelijk gezag binnen wisselende rijken was geen moderne soevereine staat.
Sanandaj als politiek centrum
De kroniek die Dehqan onderzoekt beschrijft hoe Soleyman Khan Hasanabads vesting sloopte en Sanandaj tot hoofdstad maakte. [2] Dit is een zeventiende-eeuwse herschikking, te onderscheiden van de eerdere oorsprong van de dynastie. De foto toont behouden architectuur en bewijst geen middeleeuwse stichtingsdatum. [5]
Kronieken en handschriften
Dehqan onderzoekt Gulpaygani 1246 in Qum: een onvolledige anonieme voortzetting van het Ardalanhoofdstuk uit de Sharafnama binnen een grotere verzameling. De kopiistennaam lost het auteurschap niet op. [2] Vasilyeva identificeert Mastourehs Tarikh-i Ardalan als Perzischtalige geschiedenis van een Koerdische dichter en historicus. Identiteit en boektaal zijn verschillende gegevens. [4]
Goraniliteratuur
Ghaderi verbindt Ardalanmecenaat met de ontwikkeling van een gedeeld literair medium in de zeventiende en achttiende eeuw. Ze onderzoekt genres, thema’s en wisselwerking tussen mondelinge en geschreven tradities tot de twintigste-eeuwse poëtische vernieuwing. [3] Het dynastie-einde betekende dus geen onmiddellijke verdwijning van deze literatuur. Auteurs, uitvoerders, handschriften en lezers droegen haar eveneens verder.
Einde van erfelijk bestuur
Oberling dateert de afschaffing van de bijzondere status op 1284 AH, of 1867–68. Naser al-Din Shah benoemde zijn oom Farhad Mirza tot gouverneur. [1] De bestuurspositie eindigde, zonder gelijktijdige verdwijning van familie, plaatselijke geschiedschrijving en cultureel geheugen.
Bronnen en verder lezen
- Pierre Oberling, Bani Ardalan, Encyclopaedia Iranica III/7 (1988), pp. 693–694.
- Mustafa Dehqan, MS Gulpaygani 1246: A Continuation to the Ardalan Chapter of Sharaf-nama, Kurdiname 2 (2020), pp. 3–8.
- Farangis Ghaderi, The Literary Legacy of the Ardalans (2017), abstract: patronage, genres, oral/written traditions and later poetry.
- Elena I. Vasilyeva, introduction to Mah Sharaf Khanum Kurdistani, Chronicle of the House of Ardalan (1990), opening and source discussion.
- Mahmoodreza Mohajerani, Khosrow Abad Kooshk, 13 October 2015, Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0.