Fadl I bestuurde Ganja van 985 tot 1031. Kronieken, een muntcatalogus en een museumstuk belichten zijn machtsovername, veldtochten en opvolging.

Beide versleten zijden van een aan Fadl toegeschreven koperlegeringsmunt met Arabische opschriften op wit
Fals uit Janza, Fadl ibn Muhammad, 985–1031; American Numismatic Society, 0000.999.7486. Het muntjaar is volgens de catalogus onleesbaar. Publiekdomeinbeeld via Wikimedia Commons. American Numismatic Society · Wikimedia Commons · CC0.

Machtsovername binnen de familie

De dynastie gaat terug op Muhammad ibn Shaddad. Ganja was al onder Fadls broer Ali al-Lashkari een machtscentrum. Na Alis dood in 978 kreeg Marzuban de macht, hoewel Ali Fadl verkoos. [1] De door Minorsky vertaalde kroniek vertelt dat Fadl Marzuban tijdens een jacht doodde en in 985 het emiraat overnam. [2] Hij stichtte dus geen geheel nieuwe dynastie.

Wat zilvermunten aantonen

Album registreert de ongeveer drie gram zware zilveren dirham als type 1491. Munten van 385–395 AH worden aan Bardha‘a gekoppeld, latere leesbare muntplaatsen aan Janza. Een grote schat die in 1990 op de markt kwam bevatte vooral munten van 400 AH. [3] Dat documenteert muntproductie en gezag, maar meet geen procentuele groei van middeleeuwse handel.

Een koperen fals in het museum

De foto toont een andere muntsoort: koperlegeringsfals 0000.999.7486 van de American Numismatic Society. Het museum schrijft hem toe aan Fadl en Janza, binnen diens regering van 985–1031. Het jaar op de munt is onleesbaar. [4] De gedeeltelijk zichtbare Arabische opschriften rechtvaardigen geen verzonnen precies jaar of aanduiding als zilvermunt.

Steden en de Araxes

Bezer beschrijft het heroveren van Barda‘a en Baylaqan en conflicten met Georgische en Armeense heersers. [1] De vertaalde kroniek dateert de stedenverovering in 383 AH / 993 en een opdracht tot bruggenbouw over de Araxes in 418 AH / 1027. [2] Die bouwvermelding bewijst op zichzelf niet welke huidige brugdelen uit deze regering stammen.

Georgiërs en een drukfout

Minorsky verklaart dat al-Jurz, de Georgiërs, als al-Khazar werd gedrukt. Hierop berust het misleidende verhaal van een veldtocht tegen overgebleven Chazaren. Hij vergelijkt Ibn al-Athirs nederlaagbericht rond 1030 met Georgische verhalen en noemt de chronologie onzeker. [2] De 10.000 doden zijn een overgeleverd getal, geen moderne telling.

Opstand en opvolging

Een zoon kwam in Baylaqan in opstand. Volgens Bezer veroverde een andere zoon, Musa, de stad met Rus-hulp en doodde zijn broer. Fadl stierf in november 1031; Musa volgde hem op. [1] Minorskys vertaling noemt hem Abu’l-Fath Musa. [2] Abu’l-Aswar Shavur regeerde pas later in Ganja, na tussenliggende regeringen. [1] Fadl I moet van latere naamgenoten worden onderscheiden.

Bronnen en verder lezen

  1. Gülay Öğün Bezer, Şeddâdîler, TDV İslâm Ansiklopedisi (2010), accession, regional expansion and succession.
  2. V. Minorsky, Studies in Caucasian History (1953), pp. 16–17 and 40–43: translated chronicle and comparison of Georgian and Armenian accounts.
  3. Stephen Album, Checklist of Islamic Coins, third edition (2011), p. 160, Shaddadids and type 1491.
  4. American Numismatic Society, object 0000.999.7486: copper-alloy fals, Fadl ibn Muhammad, Janza, 985–1031; image rights: public domain.
  5. American Numismatic Society photograph via Wikimedia Commons; file marked CC0, museum images marked public domain.