Nasir al-Din Muhammad bestuurde Homs en trouwde met Sitt al-Sham. Teksten en monumenten onderscheiden hem van de lange regering van zijn zoon.

Naam en familie
Muhammad was de zoon van Saladins oom Shirkuh. Ibn Khallikan noemt hem Nasir al-Din en al-Malik al-Qahir. Na Shirkuhs dood in 1169 nam Nur al-Din Homs terug; Saladin gaf het later aan Muhammad terug. Zijn zoon Asad al-Din Shirkuh, naar de grootvader genoemd, is een andere persoon. [1]
Bestuur en leger
Bani Issa en al-Omari onderzoeken legerleiding, advies aan Saladin en bestuur van Homs met al-Rahba en Salamiyah. Hun samenvatting noemt ook uiteenlopende levens- en doodsberichten. Provinciale macht hing samen met dienst binnen het bredere Ayyubidische familieverband. [2]
Sitt al-Sham en het graf
Zijn vrouw was Saladins zus en zijn nicht. De museumstudie noemt hem haar tweede echtgenoot. Haar madrasa buiten de oude stad van Damascus heeft een grafkamer met kruisgewelf en beschilderd, opengewerkt stucwerk; het middelste beschreven graf is van Muhammad. [3] Ibn Khallikan dateert zijn dood in maart 1186 en noemt het transport door zijn weduwe. [1] De monumentbeschrijving transcribeert de inscriptie en vermeldt een bezoek in 2002. [4]
Opvolgers en citadel
Zoon Shirkuh overleed in 1240; al-Mansur Ibrahim volgde hem op. [1] King beschrijft eerder vastgelegde maar verdwenen inscripties uit 1198 en 1202 in Shirkuh II’s naam. Negentiende-eeuwse afbraak en latere militaire bebouwing bemoeilijken de archeologie van de citadel. [5]
Bronnen en verder lezen
- Ibn Khallikan, Biographical Dictionary, translated by William Mac Guckin de Slane, vol. 1, “Shirkuh ibn Shadi,” pp. 626–629, especially p. 627; public-domain scan.
- Abdul-Moez Bani Issa and Thabet Anzi al-Omari, study of Nasir al-Din Muhammad ibn Shirkuh’s political and military role, Mutah Journal of Humanities and Social Sciences 38/6 (2023 issue; online 14 January 2024), DOI 10.35682/mjhss.v38i6.884; English abstract.
- Abd al-Razzaq Moaz and Zena Takieddine, “Madrasa al-Shamiyya,” Discover Islamic Art, Museum With No Frontiers: patronage, architecture and inscribed tombs.
- Syrie médiévale, “Madrasa Shamîya al-Barranîya extra-muros”: monument history, 2002 visit and funerary inscriptions, including RCEA 3408.
- Geoffrey R. D. King, “The Excavations at Homs Citadel, 1997–2001,” Fondation Max van Berchem (2001): archaeological report.