Het programma Olie voor Voedsel financierde onder sancties civiele goederen uit gecontroleerde Iraakse olieverkoop. De noordelijke rekening steunde Dahuk, Erbil en Sulaymaniyah via uitvoering door de VN. De resolutie van 1995, het akkoord van 1996, latere inkomstenregels en de overdracht in november 2003 waren afzonderlijke stappen.

Van resolutie tot voedsellevering
De Veiligheidsraad nam resolutie 986 op 14 april 1995 aan. Het VN-Iraakse memorandum volgde op 20 mei 1996; uitvoering begon in december en het eerste ingevoerde voedsel kwam in maart 1997 aan. Eerst mocht Irak per halfjaar voor 2 miljard dollar olie verkopen. Het plafond verviel in december 1999. Het FAO/WFP-rapport van september 2003 onderscheidt deze stappen. [1] Iraakse olieopbrengsten werden op een door de VN gecontroleerde geblokkeerde rekening gestort. [2]
Wat de noordelijke rekening betekende
De regeling omvatte Dahuk, Erbil en Sulaymaniyah. FAO/WFP onderscheidt VN-uitvoering daar van distributie door het handelsministerie in midden en zuid. [1] De 13%-rekening financierde een humanitaire operatie met eigen bestuursregels, zonder directe onbeperkte betaling aan de regionale schatkist. GAO vermeldt bovendien dat Bagdad onderhandelde over voedsel- en medicijnencontracten voor het noorden. De bewering dat Bagdad volledig werd omzeild beschrijft de inkoop daarom onjuist. [2]
Inkomstenpercentages veranderden
Een Brits parlementair antwoord van 16 december 2002 noemt 59% voor humanitaire behoeften in midden en zuid,13% voor het noorden,25% voor compensatie en 3% voor VN-beheer. [3] Dat is een gedateerde verdeling. De VN-compensatiecommissie beschrijft haar oorspronkelijke aandeel van 30%, verlaagd naar 25% in december 2000 en 5% in mei 2003. [4] De latere formule geldt niet onveranderd voor alle programmajaren.
Voedseltoegang en beperkingen
De FAO/WFP-missie van 2003 verbond betere kindervoeding in het noorden met betere rantsoenen, aanvullende voeding, gezondheid, water, sanitair en onderwijs. Zij beschreef ook blijvende rantsoenafhankelijkheid en problemen op lokale landbouwmarkten. [1] Hulp steunde gezinnen en publieke diensten terwijl levensonderhoud en duurzame voedselzekerheid vragen bleven. Eén percentage verklaart niet alle latere politieke en economische ontwikkelingen.
Geld, contracten en toezicht
GAO’s getuigenis van juni 2004 vermeldt meer dan 67 miljard dollar olieverkoop in 1997–2002 en 38 miljard aan kredietbrieven. [2] Inkomsten, goedgekeurde verplichtingen en geleverde hulp zijn verschillende maten. De beoordeling vond zwaktes in contractcontrole, inkoop en toezicht en verklaarde dat GAO geen volledige toegang tot interne VN-audits had. [2] Schattingen en open vragen blijven gebonden aan het historische en methodische bereik van dit onderzoek.
De overdracht van 2003
De invasie in maart 2003 was niet het bestuurlijke einde. De VN-aankondiging van 19 november stelde de beëindiging vast op middernacht van 21 november 2003 en droeg operationele verantwoordelijkheid, projecten en leverancierscontracten over aan het tijdelijke coalitiebestuur. Ongebonden middelen gingen naar het Ontwikkelingsfonds voor Irak. [5] De regeling is belangrijk voor de Koerdische regionale geschiedenis. De 13%-rekening bewijst op zichzelf geen diplomatieke erkenning of grondwettelijke begrotingsformule.
Bronnen en verder lezen
- FAO/WFP, Crop, Food Supply and Nutrition Assessment Mission to Iraq, 23 September 2003; sections 4.1, 6.3, 8.2 and conclusions.
- U.S. General Accounting Office, GAO-04-880T, United Nations: Observations on the Oil for Food Program and Iraq’s Food Security, 16 June 2004; accessible testimony and methodology.
- House of Commons, “Oil Revenues”, written answer by Mike O’Brien, 16 December 2002, vol.396, columns552–553W.
- United Nations Compensation Commission, “The Compensation Fund”; changing percentages under Security Council resolutions705,986,1330 and1483.
- UN Office of the Iraq Programme, “Oil-for-Food Programme Set to Close 21 November”, press release, 19 November 2003.