Asad al-Din Shirkuh leidde Nur al-Dins Egyptische veldtochten in 1164, 1167 en 1168–1169. Saladins oom werd kort voor zijn dood in maart 1169 Fatimidisch vizier.

Een Koerdische familie in Zengidische dienst
Asad al-Din Shirkuh ibn Shadi was de broer van Najm al-Din Ayyub en Saladins oom. Humphreys volgt hun Koerdische familie vanuit de streek Dvin via Bihruz in Tikrit naar Zengidische dienst. Dat stelt geen precieze geboortedatum van Shirkuh vast. [1] Hij werd een belangrijke bevelhebber van Nur al-Din Mahmud. Kılıç benadrukt zijn rol bij onderhandelingen en de inname van Damascus in 1154. [2]
1164: Shawar herstellen en bestrijden
De afgezette Egyptische vizier Shawar vroeg Nur al-Din om hulp tegen Dirgham. Shirkuh herstelde hem in 1164, maar hun verbond brak toen Shawar zijn vertrek eiste. Shawar kreeg vervolgens steun van Amalrik I van Jeruzalem. Shirkuh werd in Bilbeis belegerd; een overeenkomst bracht uiteindelijk het vertrek van zowel Syrische als Frankische troepen. [2] Een herhaalde strijd om Egypte begon, geen blijvende verovering.
1167: al-Babayn en Alexandrië
Shirkuh keerde in 1167 terug met Saladin onder zijn officieren. Ibn Khallikan beschrijft al-Babayn bij Ushmunayn en Saladins verdediging van Alexandrië tegen Shawars troepen. Shirkuh opereerde in Opper-Egypte en onderhandelde daarna in Bilbeis over vertrek. Saladin voegde zich onder escorte bij hem, waarna het leger terugging naar Syrië. [3] De algemene leiding en de verdediging van de belegerde stad waren afzonderlijke verantwoordelijkheden.
1168–1169: derde interventie en vizierschap
Na de Frankische inname van Bilbeis en het doden van inwoners vroeg Egypte opnieuw om hulp. Ibn Khallikan plaatst Shirkuhs terugkeer in december 1168. Shawar werd in de daaropvolgende strijd gedood; de kroniekschrijver stelt de handelingen van rivalen voor als preventieve samenzweringen en interpreteert daarmee hun verantwoordelijkheid. [3] Kılıç dateert Shirkuhs benoeming onder de Fatimidische kalief al-Adid op 18 januari 1169. [2] Het kalifaat bleef tot 1171 bestaan: vizier worden was geen afschaffing ervan. [4]
Dood in Caïro en Saladins opvolging
Shirkuh stierf in maart 1169 in Caïro, na ongeveer twee maanden als vizier. Ibn Khallikan geeft verschillende dagdata en een aan Baha al-Din ibn Shaddad toegeschreven ziekteverslag; dit is geen moderne medische diagnose. Saladin volgde hem op. Shirkuh werd eerst in Caïro begraven en later naar Medina overgebracht. [3] Hij bereidde Saladins opkomst voor, maar bestuurde niet diens latere Ayyubidische rijk.
De tak van Homs en religieuze stichtingen
Zijn zoon Nasir al-Din Muhammad droeg de titel al-Malik al-Qahir. Ibn Khallikan beschrijft hoe de familie Homs verloor en Saladin het later aan Muhammad teruggaf. Muhammads zoon, eveneens Asad al-Din Shirkuh, hoorde bij de volgende generatie heersers van Homs. [3] Kılıç noemt daarnaast madrassa’s in Aleppo en Damascus, andere religieuze stichtingen in Damascus en de blijvende betekenis van Shirkuhs Asadiyya-militaire huishouden. [2]
Bronnen en verder lezen
- R. Stephen Humphreys, “Ayyubids,” Encyclopaedia Iranica III/2 (1987), pp. 164–167: Kurdish family origins and Zengid service.
- Mustafa Kılıç, “Şîrkûh el-Mansûr,” TDV İslâm Ansiklopedisi 39 (2010), pp. 203–204.
- Ibn Khallikan, Biographical Dictionary, translated by Mac Guckin de Slane, vol. I (1843), “Shirkuh ibn Shadi,” pp. 626–629; public-domain primary text.
- William of Tyre selections, Fordham Medieval Sourcebook, “Revolution in Egypt,” with editorial chronology and correction of the account of al-Adid’s death.
- Djehouty, Bab al-Futuh, Cairo, 2 November 2019; own photograph, Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0.