Ook Taqi al-Din genoemd, bestuurde hij Hama in 1178–1191. Zijn Egyptische functie, Hattin en laatste oostelijke expeditie tonen een loopbaan buiten één stad.

Eén man met meerdere namen
Al-Malik al-Muzaffar Umar en Taqi al-Din Umar zijn dezelfde vorst. Vader Nur al-Dawla Shahanshah was Saladins broer. Can identificeert Farrukh Shah als Umars broer, niet neef. [1] Hartmann dateert geboorte 1139 en toewijzing van Hama en omgeving 1178. [2] Deze relaties onderscheiden hem van latere heersers met dezelfde titel.
Egyptische functie en terugroeping
Can dateert benoeming in Egypte december 1183 en terugroeping 1186. Hij begeleidde ook Saladins zoon al-Afdal, maar zij kregen ruzie. Na het verlies overwoog Umar Noord-Afrika; Saladin overtuigde hem af te zien en gaf onder andere Manbij, Maarrat al-Numan en Mayyafariqin. [1] Wisselende functies en overleg horen bij de loopbaan, geen voortdurend verblijf in Hama.
Hattin en 1187
Can beschrijft noordelijke voorbereidingen en bestand met Antiochië voor aansluiting bij het leger. In Hattin voerde Umar de rechtervleugel aan; daarna volgt Tibnin en de campagne na de overwinning. [1] Concrete opdrachten verklaren zijn rol beter dan een lijst van alle Saladins veroveringen. Een vleugelcommando maakt niet elke latere overwinning zijn persoonlijke prestatie.
Oostelijke veldtocht en dood
Hartmann blijft voorzichtig: Saladin verwachtte tijdige troepen en waarschuwde tegen onrust in Diyarbakir; opzettelijke expansie tegen zijn instructies is onzeker. Umar trok richting Akhlat en Manzikert. Hij stierf tijdens de belegeringsexpeditie op 10 oktober 1191; zijn lichaam ging naar Hama. De troepen erkenden zoon al-Mansur Muhammad. [2] Geen dood bij Jeruzalem of Akko.
Een onderbroken dynastie
Mantran beschrijft rechtstreeks Mamluks bestuur in 1298–1299 en Abu al-Fida’s aanstelling in 1310. [3] Özaydın identificeert hem als afstammeling en dateert overlijden 26 oktober 1331. [4] Mantran behandelt daarna het bestuur en de afzetting van diens zoon. [3] Van 1178 tot 1341 is 163 jaar, geen 350 of ononderbroken bestuur. 1341 is niet Abu al-Fida’s sterfjaar.
Geleerdheid met concrete namen
Hartmann noemt poëzie, steun aan geleerden en madrasastichtingen in Egypte en Syrië. [2] Abu al-Fida’s latere historische en geografische werken horen bij een ander leven, beschreven door Özaydın. [4] Familie bewijst geen stichtingsprogramma achter alle latere prestaties. Beide biografieën tonen continuïteit en veranderingen in instellingen en beschermers.
Bronnen en verder lezen
- Hakan Can, An Ayyubid Prince Against the Crusaders: Al-Malik al-Muzaffar Taqi al-Din Umar, NEU Islamic Research Center Journal 10.2 (2024), pp. 863, 872–874. DOI: 10.32955/neu.istem.2024.10.2.18.
- Angelika Hartmann, el-Melikü’l-Muzaffer, TDV İslâm Ansiklopedisi (2004); Hama, the final expedition and patronage.
- Robert Mantran, Hama, TDV İslâm Ansiklopedisi (1997); the late Ayyubid and Mamluk succession.
- Abdülkerim Özaydın, Ebü’l-Fidâ, TDV İslâm Ansiklopedisi 10 (1994), pp. 320–321; descent, appointment and death.
- Bernard Gagnon, Noria in Hama 01, 2 April 2010; Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0.