Drie expedities in 881–880 v.Chr. tonen plaatselijke coalities, heffingen en bestuur.

Stenen reliëf van een gekroonde Assyrische koning met schaal en boog tegenover een dienaar, met spijkerschrift over hun gewaden
Nimrud, noordwestpaleis van Assurnasirpal II, circa 883–859 v.Chr. Met 32.143.4; publiek domein. Waarschijnlijk de koning; geen voorstelling van de strijd bij Babite. Metropolitan Museum of Art, 32.143.4 · Public domain / CC0.

Meerdere heersers

Zamua lag in de westelijke Zagros, ongeveer in de huidige provincie Sulaymaniyah. De grenzen vallen niet precies samen. Bronnen gebruiken ook Lullumī en later Mazamua. Ze noemen meerdere lokale leiders. Nūr-Adad heet specifiek sjeik van Dagara; hem de enige koning van heel Zamua noemen gaat verder dan het bewijsmateriaal. [1] [2]

Drie expedities

De Nimrud-monoliet dateert de opstand in 881 v.Chr. Een coalitie bouwde een muur in de Babite-pas, meestal met Bazyan vereenzelvigd. De koning claimt overwinning en 1.460 gedode strijders; Nūr-Adad ontsnapte de bergen in. Nog in 881 volgde een tweede expeditie. Het verslag van 880 beschuldigt Ameka en Araš-tua van het achterhouden van schatting en herendienst en noemt de nieuwe tocht de derde tegen Zamua. [1] [2] [3]

Geweld en bestuur

De inscriptie beschrijft doden, gevangenen en verbrande plaatsen, maar ook vee, metalen, textiel, wijn en verplichte arbeid in Kalhu. Totalen en algehele overwinningen blijven claims van de veroveraar. Nieuwe gevechten sluiten duurzaam bestuur niet uit: de provincie ontstond in de negende eeuw, volgens Yamada mogelijk al onder Assurnasirpal. Lokale heersers en provinciale ambtenaren konden tegelijk functioneren. [1] [2]

Archeologisch onderzoek

Yasin Tepe levert Neo-Assyrische gebouwen; het project noemt ontvangstruimten uit de opgraving van 2016. Renettes artikel over Kani Shaie behandelt echter de vroege bronstijd en bewijst geen verwoesting in de negende eeuw. Namen suggereren verschillende taalelementen, geen onveranderde moderne identiteit. Dit is geschiedenis van het huidige Koerdische gebied, zonder dat taal of afstamming van iedere antieke inwoner vaststaat. [1] [4] [5]

Bronnen en verder lezen

  1. Shigeo Yamada, “The Conquest and Reorganization of the Land of Zamua / Mazamua in the Assyrian Empire”, The Reach of the Assyrian and Babylonian Empires (2020), pp. 167–193; campaign chronology, provincial administration, demographic names and competing site identifications.
  2. Ashurnasirpal II 017, RIMA 2 A.0.101.17, Nimrud Monolith, RIAo/ORACC: ii 77–100, iii 23–46 and iii 103–110; edited Akkadian and English translation of the primary royal account.
  3. Ran Zadok, “Lulubi”, Encyclopaedia Iranica (2005); limits of ethnolinguistic identifications, Zamua/Lullumī terminology and the identification of Babite with Bazyan.
  4. University of Tsukuba, Research Center for West Asian Civilization, fieldwork at Yasin Tepe; primary project report identifying Neo-Assyrian buildings and reception-room arrangements in the 2016 excavation.
  5. Steve Renette, “Traders of the Mountains: The Early Bronze Age in Iraqi Kurdistan”, Expedition (2016); primary archaeological discussion of Kani Shaie, its period and proposed exchange networks.
  6. Metropolitan Museum of Art, Relief panel, Nimrud, ca. 883–859 BCE, accession 32.143.4; ceremonial imagery, qualified royal identification, Standard Inscription and public-domain photograph.