Bidlisi diende Safaviden en Ottomanen. Zijn Perzische Sharafnama verbindt dynastieke geschiedenis, autobiografie en een bredere politieke chronologie.

Handschriftenschildering over twee bladzijden: een zittende vorst met gevolg in een versierd gebouw en mensen tussen rotsen en langs een waterkanaal
Raad van de vorst van Botan in de Sharafnama 1597, Bodleian MS.Elliott 332, folio 43 a. De figuren zijn geen geïdentificeerde portretten van de auteur. Unidentified artist, 1597 · Bodleian Library MS. Elliott 332 · Wikimedia Commons · Public domain.

Een jeugd in ballingschap

Sharaf al-Din Khan werd 25 februari 1543 in Karahrud bij Qom geboren, nadat vader Shams al-Din in Safavidische dienst was getreden. De politieke basis van de familie was Bitlis en de Rojeki/Ruzagi-gemeenschap. Özgüdenli beschrijft onderwijs bij plaatselijke rechters en drie jaar godsdienststudie aan Tahmasps hof vanaf zijn negende. [1] Dit documenteert een opleidingsmilieu, geen wiskundige specialisatie of bewaarde schilderijen. De naam Bitlisi bewijst op zichzelf geen verwantschap met alle geleerden uit de stad.

Van Safavidische ambten naar Ottomaans Bitlis

Glassen volgt functies in Gilan en Shirvan, promotie onder Ismail II en overplaatsing naar Nachitsjevan tijdens hofconflicten. Koerdische heersers bemiddelden in 1578 contact met de Ottomaanse bevelhebber Khusraw Pasja; Bidlisi kreeg het bestuur van Bitlis. Daarna diende hij in Ottomaanse veldtochten en kreeg Muş. [2] Wisselende loyaliteiten staan binnen imperiale concurrentie. Zij betekenen geen ononderbroken soevereiniteit of bevel over alle Ottomaanse oorlogen tegen Iran.

Wat de Sharafnama vastlegt

Het Perzische werk verenigt geschiedenissen van Koerdische heersershuizen en gebieden, geschreven bronnen, ooggetuigen en autobiografie. Het verbonden tweede deel volgt Ottomaanse sultans en eigentijdse heersers in Iran en Turan. [2] Dynastieke geschiedenis gaat samen met een bredere politieke chronologie. Het boek getuigt over vroegere heersers en de voorstelling die een zestiende-eeuwse vorst van zijn familie en positie gaf. Overgeleverde genealogie, geërfd verhaal en rechtstreeks meegemaakte gebeurtenissen moeten worden onderscheiden.

Handschriften en te vergelijken datums

Özgüdenli identificeert het auteursexemplaar van 13 augustus 1597 als Bodleian MS.Elliott 332. Een kopie van 8 september 1606, MS.Elliott 321, beschrijft hij als gelezen en verbeterd door de auteur. [1] Dat moet worden vergeleken met de overlijdenskop 1603–04 in hetzelfde artikel; het exacte sterfjaar blijft onzeker. De bestuursoverdracht aan zoon Shams al-Din in 1597 is iets anders dan ontstaan en latere overdracht van het boek. Signaturen maken vervolgonderzoek mogelijk.

Uitgaven en vertalingen

De bibliotheek van het Turkse Historische Genootschap catalogiseert Muhammad Abbasi’s Perzische Teheraanse uitgave 1965, gebaseerd op Velyaminov-Zernovs publicatie in Sint-Petersburg 1860–62. Origineel en bronuitgave worden als Perzisch vermeld. [3] Velyaminov-Zernov is daarom tekstbezorger, geen Engelse vertaler. Vergelijking vereist vermelding van bezorger of vertaler, deel, publicatiedatum en aangehaalde passage.

Bronnen en verder lezen

  1. Osman Gazi Özgüdenli, Şeref Han, TDV İslâm Ansiklopedisi38(2010),pp.548–550; biography and manuscript dates.
  2. Erika Glassen, Bedlīsī, Šaraf-al-Dīn Khan, Encyclopaedia Iranica IV/1(1989),pp.76–77; career and structure of the Sharafnama.
  3. Turkish Historical Society Library,record533159:Şerefnâme,Persian edition,Tehran1965; original and1860–62source-edition notes.
  4. Unidentified1597artist,Council of the Prince of Botan,Bodleian MS.Elliott332,folio43a;Wikimedia Commons public-domain reproduction.