Musa bestuurde Jazira vóór Damascus 1229–1237. Familiepolitiek, scholen en boeken worden concreet gedocumenteerd.

Stenen muren en roodachtige koepels in smalle Salihiyya-steeg in Damascus, kabels en kleine pickup
Dosseman,22 september 2008. Links Ashrafiyya-hadithschool in Salihiyya, andere monumenten ernaast. Buiten oude muren, geen Kallasa-mausoleum en bibliotheek. © Dosseman · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0. Wikimedia thumbnail reused without creative changes.

Heersersfamilie

Musa was al-Adils zoon en Saladins neef. De inscriptie noemt al-Malik al-Ashraf Muzaffar al-Din Musa met vader al-Adil Abu Bakr en grootvader Ayyub. [2] [3] Koerdische achtergrond is relevant; zijn politiek hoort bij dynastie met meerdere centra, niet moderne nationale administratie.

Jazira en Akhlat

Kaya geeft geboortealternatieven Caïro 1180 of Karak 1182. Vroege posten waren Edessa en Harran; Akhlat volgde na broer al-Awhads dood 1210. [1] De eerdere gezamenlijke verovering op Cilicisch Armenië 1207 vervalt. Erfenis en veldtocht zijn verschillende gebeurtenissen.

Herverdeling 1229

Al-Nasir Dawud droeg Damascus juli 1229 aan Musa–al-Kamil over. Musa kreeg de stad en stond Jazira-gebieden waaronder Harran en Edessa af. [1] Familiale gebiedsruil, geen promotie met ongewijzigd gebied of uitsluitend gevolg van FrederikII’s Jeruzalemverdrag.

Samenwerking en rivaliteit

Musa vormde later alliantie tegen al-Kamil en stierf 27 augustus 1237. [1] Broer al-Salih Ismail volgde, niet de eerder genoemde neef; Salamahs appendix plaatst hem direct erna. [4] De correctie 31 oktober 2026 vervangt eeuwige stabiliteit door samenwerking, uitruil en nieuwe concurrentie.

Twee scholen en mausoleum

Hirschler onderscheidt sjafiitische school binnen muren bij citadel en hanbalitische school in Salihiyya op Qasyun. Het Kallasa-mausoleum bij de Omajjadenmoskee was een derde instelling. [2] Foto en bibliotheek mogen niet aan één gebouw worden toegeschreven.

Stichtingsinscriptie

RCEA 4117,p 78 geeft portaaltekst:634/1236–37, stichter Musa en hanbalitische begunstigden. Halve Dayr Ar‘a in Biqa‘ en landbouw- en geldinkomsten werden geschonken. [3] Concreet financieringsbewijs. Lovende koningstitels zijn zelfpresentatie, geen onafhankelijk oordeel over rechtvaardigheid of algemene welvaart.

Boeken met bewijs

Hirschler verbindt mausoleumboeken met Musas koninklijke collectie en afzonderlijke collectie van al-Ashraf Ahmad, via opdrachten en catalogus. Het opende na overbrenging van lichaam uit citadel 1238. [2] Steun had grenzen: Kaya vermeldt al-Amidis lesverbod. [1] Uitgekozen geleerden ondersteunen betekende geen onbeperkte denkvrijheid.

Bronnen en verder lezen

  1. Önder Kaya, el-Melikü’l-Eşref, Mûsâ, TDV İslâm Ansiklopedisi 29 (2004), pp. 64–66; political chronology and patronage.
  2. Konrad Hirschler, Medieval Damascus: Plurality and Diversity in an Arabic Library — The Ashrafiya Library Catalogue (2016), pp. 17–27, 31–32, 40 and 114; university repository copy.
  3. Répertoire chronologique d’épigraphie arabe XI, no. 4117, p. 78: Damascus, Dar al-Hadith al-Ashrafiyya, foundation inscription; IFAO scan, Arabic text and French translation.
  4. Salah Adalaziz Salamah, Medina in the Ayyubid Period and the Shia Influence upon It, University of Leeds PhD (2008), appendix 4, p. 306; Damascus succession.
  5. Dosseman, Salihiyya monuments, Damascus, 22 September 2008, Wikimedia Commons; CC BY-SA 4.0.