Zijn Zuid-Koerdische poëzie verbindt gebed, gevangenschap, ballingschap en rouw om zijn zoon.

Een dichter uit Ilam
Arkawazi behoort tot de Feyli- of Zuid-Koerdische literatuur van Piştiku. [1] Rashidi plaatst zijn herkomst bij Banwizeh in Chavar, Ilam. Geboorte- en sterfjaar zijn onzeker. De biografische overlevering beschrijft hoe de gunst van Hasan Khan, heerser van Poshtkuh, omsloeg in gevangenschap en mishandeling. [2]
Gebed en elegie
Munajatnama telt vierentwintig delen. Aanroepingen van imam Ali gaan samen met persoonlijke, politieke, filosofische en mystieke klachten. Schriftverwijzingen en literaire toespelingen dragen bij aan de emotionele stem. [2] Baweyal betreurt zijn zoon, door Rashidi Ahmad Khan genoemd. Een ontworteld jong boompje en verloren schaduw verbeelden het verlies. [2] Dehqan transcribeert, vertaalt en verklaart het Feyli-gedicht; zijn openbare noten noemen de berg Baweyal en een tekstversie met rouwende natuur. [1]
Versies lezen
Dehqan bespreekt varianten, toevoegingen en een Gorani-grammaticale vorm. Tekst, vertaling en editie horen bij elkaar. Zijn artikel verscheen in 2009; de Cambridge-datum 2022 betreft latere onlineplaatsing. [1] Rashidi’s vrij toegankelijke studie uit 2024 biedt oorspronkelijke fragmenten en analyseert de klacht in de divan. [2]
Bronnen en verder lezen
- Mustafa Dehqan, Arkawāzī and His Baweyaļ: A Feylî Elegiac Verse from Piştiku, Iranian Studies 42/3, 2009, pp. 409–422, DOI 10.1080/00210860902907362; public abstract and notes.
- Hojjat Rashidi, Bath al-Shakwa in the Poetry of Gholam Reza Khan Arkavazi, Journal of Kurdish Literature 10/1, 2024, pp. 117–138, DOI 10.22034/jokl.2024.139847.1339; open-access research.