Afrasiab II bestuurde Groot-Lorestan na Yusuf Shah II. De dynastie van Koerdische oorsprong zetelde in Idaj, het huidige Izeh.

Vorst van Groot-Lorestan
Muzaffar al-Din Afrasiab II behoorde tot de Hazaraspiden, ook atabegs van Groot-Lorestan genoemd. Bosworth beschrijft een dynastie van Koerdische oorsprong in de zuidwestelijke Zagros, met gezag over Lorestan en aangrenzend Fars. Zij droegen de titel atabeg zonder etnisch Turks of werkelijk opvoeders van jonge prinsen te zijn, de oorspronkelijke functie. [1] Familieafkomst bepaalt niet de taal en identiteit van iedere bestuurde gemeenschap.
Opvolging en dateringen
Rıza Kurtuluş schrijft in de TDV İslâm Ansiklopedisi dat Yusuf Shah II in Shushtar stierf in 740 AH, daar weergegeven als 1339, waarna zijn broer Afrasiab II volgde. Dat islamitische jaar omvat delen van 1339–1340. Dezelfde bijdrage dateert Afrasiabs dood in 751/1350. [2] Deze gegevens en verwantschap horen bij die beschrijving, niet bij een eensgezind vaststaande chronologie. Geboortedatum, jeugd en inhuldigingsceremonie worden hier niet gedocumenteerd.
De banden met de Ilkhans eindigen
Kurtuluş noemt regelmatig tribuut onder Nusrat al-Din Ahmad en gezag over Shushtar, Hoveyzeh en Basra onder Yusuf Shah II. De banden met de Ilkhans zouden onder Afrasiab II geheel zijn geëindigd. [2] Dit bewijst een veranderend politiek verband, niet behoud van elke vroegere verovering. Bosworth benadrukt aanpassing, onderwerping en tribuut tegenover sterkere buren. [1] Onderhandeling hielp de dynastie overleven.
Nawral Ward hoort in de reeks
De Perzische Encyclopedie noemt achtereenvolgens Yusuf Shah II, Afrasiab II, Nawral Ward en Shams al-Din Pashang. [3] Pashang mag Nawral Ward dus niet zomaar als onmiddellijke opvolger vervangen. Zijn eigen lemma vermeldt benoeming door Mubariz al-Din, latere aanvallen van Shah Mansur vanuit Shushtar en verschillende verwantschapsverhalen. [4] Die conflicten horen bij Pashangs tijd. Ze bewijzen geen elders ongedocumenteerde overwinning of geslaagde belegeringsverdediging door Afrasiab II.
Idaj, Izeh en bergwegen
De hoofdstad verschijnt als Idaj, Izeh en Mal-e Amir. Kaveh Ehsani plaatst Izeh in een bergdal in noordoostelijk Khuzestan, ten oosten van de Karun, tussen hoogland en laagland. Hij verbindt de Hazaraspiden met de verharde Atabegsweg door de bergen. [5] Dit verklaart het belang van verkeer voor een regionaal hof, zonder Afrasiab II persoonlijk als wegenbouwer aan te wijzen.
Wat de bronnen dragen
Bosworth benadrukt schaarse gegevens en het ontbreken van een afzonderlijke dynastiegeschiedenis; verspreide vermeldingen in algemene Perzische kronieken vormen de basis. [1] Afrasiab II is in de opvolging te plaatsen. Een concrete opdracht, bewaard werk of persoonlijk patronageprogramma is hier niet aangetoond. Daden van een andere vorst zijn niet automatisch zijn prestaties. Hij is historisch herkenbaar als bestuurder tijdens veranderende opperheerschappij.
Bronnen en verder lezen
- C. Edmund Bosworth, Hazaraspids, Encyclopaedia Iranica XII/1 (2003), p. 93; dynasty, title and limits of the historical record.
- Rıza Kurtuluş, Lur-ı Büzürg, TDV İslâm Ansiklopedisi 27 (2003), pp. 225–226; succession, chronology and Ilkhanid relations.
- Persian Encyclopaedia, Great Lorestan, Wikijoo; ordered list of rulers including Nawral Ward.
- Persian Encyclopaedia, Shams al-Din Pashang of Lorestan, Wikijoo; appointment, later conflicts and differing kinship accounts.
- Kaveh Ehsani, Iḏeh, Encyclopaedia Iranica (2008); place names, regional geography and the Atabaks’ Road.
- Ehsanraki, Susan90, 23 May 2010; CC BY-SA 3.0, Wikimedia Commons.