Van 23 februari tot 6 september 1988 voerden Iraakse staatsdiensten de acht Anfal-operaties tegen Koerdische plattelandsgemeenschappen uit. Getuigenissen, overheidsarchieven, forensisch onderzoek en een later vonnis documenteren de geschiedenis.

Rijen kisten bedekt met Koerdistanvlaggen, bloemen vooraan en een herdenkingstoren achteraan
Herdenking bij het Anfal-monument in Chamchamal, Aras Nuri, 14 april 2016. Het is een later herdenkingsbeeld, geen foto van de operaties in 1988. © Aras Nuri / ئاراس نوری · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons.

Voorgeschiedenis en bevelen

Anfal bouwde voort op eerdere dorpsvernietiging en gedwongen verhuizing. De ontvoering van Barzani-mannen en -jongens in 1983 was een voorloper. Ali Hassan al-Majid kreeg op 29 maart 1987 ruime bevoegdheden. Leger, veiligheidsdiensten en regeringsgezinde Koerdische milities vervulden verschillende rollen. Richtlijn SF/4008 van 20 juni 1987 stond onbeperkt vuur in verboden gebieden toe en beval gevangenen van 15–70 jaar na verhoor te executeren. Het beleid trof het burgerbestaan. [1] [2]

Operaties en gevangenschap

De eerste operatie trof Jafati van 23 februari tot 19 maart; de tweede Qara Dagh van 22 maart tot 1 april; de derde Germian van 7–20 april; de vierde de Kleine Zab van 3–8 mei. De vijfde tot zevende betroffen Shaqlawa en Rawanduz van 15 mei tot 26 augustus; de laatste Badinan van 25 augustus tot 6 september. Topzawa, Dibs en Nugra Salman maakten deel uit van het kampennetwerk. Scheiding, verdwijning, executie en ontbering verliepen niet overal op dezelfde manier. [1] [12] [13]

Halabja en aantallen

Iraakse chemische wapens doodden op 16 maart 1988 duizenden in Halabja. Human Rights Watch noemt mosterdgas en sarin en onderscheidt de aanval van de acht formele operaties. De OPCW herdenkt blijvend letsel en trauma. HRW schatte minstens 50.000 en mogelijk 100.000 Anfal-doden; de regionale president noemde op 14 april 2026 meer dan 182.000. Die cijfers hebben verschillende bronnen. Het rapport uit 1993 noemt ongeveer 2.000 verwoeste dorpen voor 1987–1989, geen totaal voor alle perioden. [5] [6] [7] [10]

Onderzoek, vonnis en families

Onderzoekers combineerden ongeveer 350 uitvoerige interviews, buitgemaakte documenten en forensisch onderzoek. In Koreme onderzochten zij 26 mannen en jongens die van dichtbij waren doodgeschoten. Het proces begon in 2006; het Anfal-vonnis dateert van 24 juni 2007 en veroordeelde al-Majid en anderen wegens genocide en verwante misdrijven. HRW bekritiseerde ook procesgebreken. In 2026 vroeg de president om compensatie, teruggave van stoffelijke resten en familiesteun. De zoektocht naar verdwenen familieleden hoort bij deze geschiedenis, naast de herdenking op 14 april. [3] [4] [7] [8] [9] [10]

Bronnen en verder lezen

  1. Human Rights Watch / Middle East Watch, Genocide in Iraq: The Anfal Campaign Against the Kurds (1993); full report, original petition and operational chapters.
  2. Human Rights Watch, Genocide in Iraq, chapter 2, “Prelude to Anfal”; reproduced orders including directive SF/4008, 20 June 1987.
  3. Human Rights Watch, Genocide in Iraq, “A Note on Methodology”; witness interviews, documentary provenance and forensic investigation at Koreme and Birjinni.
  4. Human Rights Watch, Genocide in Iraq, chapter 13, “The Vanishing Trail”; family searches, official correspondence and enforced disappearance.
  5. Human Rights Watch, Genocide in Iraq, chapter 3, especially “The March 16 Chemical Attack on Halabja”; military context, chemical evidence and distinction from the formal Anfal operations.
  6. Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons, Director-General Fernando Arias, Halabja commemoration statement, 16 March 2025.
  7. Human Rights Watch, “Q & A: The Anfal Trial”, 22 June 2007; estimate, defendants, legal elements and procedural history.
  8. Iraqi High Tribunal, Second Criminal Court, Anfal judgment, case 1/C Second/2006, 24 June 2007; English translation hosted by WorldCourts, especially judgment heading and conviction/sentencing decisions.
  9. Human Rights Watch, “Iraq: Anfal Proceedings Raise Concerns”, 24 March 2007; open letter on notice of charges and defence witnesses.
  10. Kurdistan Region Presidency, Nechirvan Barzani’s Anfal commemoration message, 14 April 2026; official casualty figure, compensation, remains and family support.
  11. Aras Nuri (ئاراس نوری), Anfal monument in Chamchamal, 14 April 2016, Wikimedia Commons; CC BY-SA 4.0.
  12. Human Rights Watch, Genocide in Iraq, chapter 8, “The Camps”; Topzawa, Tikrit, Dibs and Nugra Salman.
  13. Human Rights Watch, Genocide in Iraq, chapter 9, “The Firing Squads”; testimony of execution survivors.