Sarı Süleyman Bey was een zeventiende-eeuwse Mahmudi-heerser in Hoşap, ten zuidoosten van het Vanmeer. Zijn duidelijkst gedateerde spoor is de Perzische bouwinscriptie: AH 1052, of 1642–43. Architectuur, reisverslag en archeologie belichten zijn omgeving en opdrachtgeverschap.

Hoşap en de Mahmudis
Hoşap, ook Güzelsu, ligt ten zuidoosten van het Vanmeer op de route naar Iran. Yağmur Şen en Rahmi Tekin plaatsen Süleyman onder de Mahmudi-heersers onder Ottomaans gezag en vermelden zijn versterking van de burcht in 1643. Zij citeren ook Ottomaanse stukken die de Mahmudis Ekrad, Koerden, noemen. [1] Zijn positie hoort bij een concrete dynastie en grensstreek en wordt niet simpelweg uit de titel bey afgeleid.
Inscriptie en datering
Abdüsselam Uluçam beschrijft de Perzische versinscriptie boven de citadelingang met Sarı Süleymans naam en AH 1052. Uluçam geeft 1642, Mehmet Top en Hale Telli 1643. [2] [5] Birgül Açıkyıldız-Şengül schrijft 1642–43 en wijst op oudere vermeldingen van de burcht. [4] De inscriptie dateert bouwpatronage op een al versterkte plek, niet elke muur of het begin van bewoning.
Poort en versterkt huishouden
Uluçam verbindt de grote toegangstoren met Süleymans bouwactiviteit. Een betrekkelijk kleine deur staat in een monumentale versierde gevel met inscriptie, leeuwenpaar en hangend middenmotief. De citadel combineerde verdediging met ontvangst- en familiekamers, opslag, baden en gebedsruimten. [2] Het was versterkte woning én burcht. Die omgeving toont hoe een plaatselijke heerser zijn huishouden onderbracht, gasten ontving en gezag zichtbaar maakte.
Wat de reiziger toevoegt
Ali Saim Ülgens studie uit 1953 registreert zijn bezoek in 1948 en citeert Evliya Çelebi. De reiziger beschrijft cisternen, voorraden, poorten en een aan wijlen Süleyman Bey toegeschreven mechanisme om water uit de Hoşapstroom op te halen. [3] Dat belicht het praktische probleem van water voor een hoge rotswoning. Het blijft een reisbeschrijving, anders dan een opgemeten archeologische reconstructie of bouwinscriptie voor een bepaald werk.
Het vermoedelijke mausoleum
Açıkyıldız-Şengül onderzoekt een vrijstaand mausoleum ten zuidoosten van Evliya Beys madrasa. Een stichtingsinscriptie ontbreekt; eerdere onderzoekers opperden andere dateringen en opdrachtgevers. Zij bepleit Süleyman en 1643–1655, omdat Evliya hem in 1655 overleden noemt en Ibrahim Bey als heerser vermeldt. Het is een beargumenteerde toeschrijving, geen intacte opdrachttekst. Ook de betekenis van het zespuntige ornament blijft open: islamitisch, jezidisch of decoratief kan niet uit het motief alleen blijken. [4]
Latere vondsten en biografische grenzen
Top en Telli herkennen meerdere decoratiefasen in het stucwerk dat in 2017 bij de westtoren is opgegraven. Niet elk fragment kon aan zijn oorspronkelijke kamer worden gekoppeld. [5] De vondsten belichten een veranderde elitewoning; niet alle versiering was Süleymans opdracht. Bronnen tonen een genoemde bouwheer rond 1642–43 en volgens interpretatie van het latere verslag een voor 1655 overleden man. [4] Ze bieden geen volledig zekere chronologie van jeugd, opleiding en bestuur.
Bronnen en verder lezen
- Yağmur Şen and Rahmi Tekin, “Osmanlı Devrinde Mahmudî (Hoşab) Beyliği”, Van YYÜ Social Sciences Institute Journal 50 (2020), pp. 141–162, especially 148–153.
- Abdüsselam Uluçam, “Hoşap Kalesi”, TDV İslâm Ansiklopedisi 18 (1998), pp. 247–248; inscription and architecture.
- Ali Saim Ülgen, “Hoşap (Mahmudiye) Kal’ası”, Ankara Üniversitesi İlahiyat Fakültesi Dergisi 2/4 (1953), pp. 83–88; 1948 observations and reproduced Evliya passage.
- Birgül Açıkyıldız-Şengül, “From Yezidism to Islam: Religious Architecture of the Mahmudî Dynasty in Khoshâb”, Iran and the Caucasus 20 (2016), pp. 369–383; author’s public text, especially 372, 379–381.
- Mehmet Top and Hale Telli, “Ornamented Stucco Fragments from Hosap Castle in 2017 Excavation Season”, Sanat Tarihi Dergisi 29/1 (2020); original research abstract.