Bedris loopbaan verbond de Bedirhani met Syrië en Istanbul. Memoiresonderzoek corrigeert ook zijn vaak herhaalde sterfjaar.

Familie en ballingschap
Ahmed Bedri was een zoon van Bedir Khan Beg. Henning citeert zijn personeelsdossier: Cizre en 1264 AH, oftewel 1847–48. Kardam noemt hem ook bij de vijf zonen die in oktober 1847 naar Heraklion kwamen. Een precieze geboortedag volgt daar niet uit. Kardams archieven beschrijven toezicht, verbeurd bezit en late uitkeringen op Kreta. [1] [2]
Bestuurlijke loopbaan
Bedri trad in 1871 in dienst. Hij wierf vrijwilligers voor de oorlog van 1877–78, maar droeg het commando over aan een andere officier. Posten omvatten Quneitra in 1880, Safed in 1881–82 en hogere districtsfuncties in Hawran, Hama en Tripoli. In 1900 volgde de Staatsraad in Istanbul. Winter plaatst dit in de plaatselijke Syrische banden van de familie: banen, huishoudens en grondbezit. [1] [3]
Het perspectief van de schoonzoon
Mehmed Salih trouwde Samiye in 1890 en leefde economisch afhankelijk in Bedris huishouden. Zijn memoires klagen over verhinderd onderwijs en corruptie. Henning weegt die positie en het verschil tussen Bedris steun voor Abdülhamid II en Salihs sympathie voor de oppositie mee. Beschuldigingen moeten herkenbaar aan de verteller worden toegeschreven. [4]
Rhodos en overlijden in İzmir
Na Rıdvan Pasja’s moord verloor Bedri zijn ambt in 1906 en ging in ballingschap naar Rhodos. Hij behoorde niet tot de familieleden die in Tripoli, Libië, terechtstonden. Na 1908 keerde hij terug met salaris maar zonder nieuw ambt. Hennings memoiresstudie noemt uitdrukkelijk zijn dood in İzmir in het najaar van 1914 en Salihs zorg voor de begrafenis. Dat corrigeert het ongefundeerde jaar 1911 en de vermeende begrafenis in Constantinopel. [1] [4]
Bronnen en verder lezen
- Barbara Henning, Narratives of the History of the Ottoman-Kurdish Bedirhani Family (2018), pp. 185–195: personnel file BOA DH.SAİD 2.448, offices, patronage and exile.
- Ahmet Kardam, “Emir Bedir Khan: Exile Years,” Études kurdes: original Ottoman archival research and the 1847 household list.
- Stefan Winter, “The Other Nahḍah: the Bedirxans, the Millis and the Tribal Roots of Kurdish Nationalism in Syria,” Oriente Moderno 86/3 (2006), pp. 461–474, especially p. 465.
- Barbara Henning, “Die Erinnerungen Meḥmed Sāliḥ Bedirḫāns,” pp. 381–413, especially pp. 392–396, 405–407: memoir analysis; p. 394 explicitly dates Bedri’s death to autumn 1914 in İzmir.
- Giuseppe Gerola, Heraklion harbour, circa 1900–02; public-domain photograph sourced to the Heraklion municipal archive.